Pennenpraat

Functies van een dobber.

 

  1. Een dobber signaleert een aanbeet…of eigenlijk; hij ‘vertelt’ je wat er onder water allemaal gebeurt.
  2. Een dobber zorgt ervoor dat je het aas op een bepaalde diepte kunt aanbieden.
  3. Een dobber bepaalt in stromend water de snelheid waarmee je de lijn kunt begeleiden over je visplek.
  1. De dobber dient als beetverklikker. Wanneer een vis het aas aan je haakje heeft genomen, vertelt de dobber welke bewegingen de vis maakt zodat je op het geschikte moment met je hengel kunt aantikken. … maar eigenlijk verklikt een dobber veel meer. Hij beschrijft wat er onder water allemaal met het aas en de vislijn gebeurt. Zo kan een vertraagde beweging aangeven dat het haakje met ‘t aas iets vastloopt tegen de bodem en dat je bij een ondiepere plek bent aangekomen.
  2. Het loodgewicht dat door een dobber wordt gedragen, zorgt ervoor dat je aas op een gewenste diepte wordt gebracht bij een bepaalde zinksnelheid. Wanneer het water stroomt en de lijnopzet wordt geblokkeerd met de hengel, zorgt de combinatie dobber/ lood er tevens voor dat het aas op diepte blijft en niet ongewenst in een hogere waterlaag gaat zweven.
  3. Met een dobber kun je het aas begeleiden (zeg maar; ‘sturen’) over je voerplaats als er een beweging in het water zit. Dit noemen we; “driften”. Ook kun je de lijnopzet ietwat liften/optillen zodat het aas verticaal beweegt en de vis het wellicht sneller opmerkt. De dobber is dus niet alleen een instrument dat een beet doorgeeft maar ook om een aanbeet mee uit te lokken.

 

 “Waarom zijn er zoveel soorten wedstrijdpennen? Wat is beter als onderantenne; Carbon of staaldraad? Wanneer en hoe kies je een bepaald model voor de komende visserij?”

Zomaar enkele vragen die regelmatig gesteld worden. Hengelaars, en dan voornamelijk wedstrijdvissers, hechten veel waarde aan allerlei aspecten van de pennen die ze gebruiken. Ze hebben een specifieke mening die gebaseerd is op eigen ervaring en gevoel.

Door veel met een bepaald model pen te vissen, bouwt een hengelaar kennis op van het karakter en gedrag van de bewuste dobber. Hierdoor ontstaat dan weer het vertrouwen in dit model. Wanneer je echter vraagt naar de specifieke kenmerken die deze pen ‘beter’ maakt dan een andere, kom je vaak uit op een mening die is gebaseerd op het gevoel van de bewuste visser.

 (het karakter van een dobber)

Wanneer maak je nou de juiste keuze?! Om hierop een passend antwoord te vinden dien je het karakter van een dobber te leren kennen. Dit karakter bestaat volgens mij uit drie componenten;

1.Stabiliteit

2.Gevoeligheid

3.Snelheid/traagheid

Overige weetjes; 

Balans van een pen en het verschil tussen onderantennes in carbon en staal

Stabiliteit

Stabiliteit heb je nodig wanneer je een rustige aasaanbieding wilt creėren in ruigere weersomstandigheden of wanneer vaartuigen zorgen voor turbulentie en golfslag. De pen mag niet te veel op de golven op-en-neer gaan rijden waardoor het aas op de bodem gaat meebewegen. Ook het zijwaarts uit balans trekken van je pen door een windvlaag tegen je opslag of hengeltop moet maar een zo beperkt mogelijke uitslag te zien geven. Tijdens de dobberbouw bereik je stabiliteit door een zwaardere pen te maken en het zwaartepunt zo laag mogelijk onder in de dobber aan te brengen. Een dikkere metalen onderantenne, een naar boven taps toelopend drijflichaam (druppel- of peervorm) en een langere bovenantenne helpen hierbij. Vooral voor de huidige brasemvisserij zijn dergelijke pennen gewenst. Natuurlijk kun je ook met de lijnopzet spelen om een grotere stabiliteit te creėren. Zo is een backshot (loodhagel boven de dobber) een ideaal middel om de pen stiller te kunnen houden in woelige omstandigheden. Uiteraard zorgt een valloodje dat op de bodem rust ook voor een stillere aasaanbieding.

Gevoeligheid

Mijn definitie van gevoeligheid:

De gevoeligheid van een lijnopzet wordt bepaald door de hoeveelheid kracht die een vis moet uitoefenen om deze lijnopzet in beweging te zetten. (Hoe kleiner deze kracht, des te gevoeliger de lijnopzet)

Qua karaktereigenschap bijten gevoeligheid en stabiliteit elkaar. Het is heel lastig om deze twee componenten in één dobber c.q. lijnopzet samen te brengen. Bij een hoge gevoeligheid dient immers de dobber bij het minste of geringste in beweging te komen zodat wij de voorzichtigste aanbeten te zien krijgen. Dit staat haaks op het gegeven dat een stabiele dobber juist niet zo sterk op allerlei invloeden mag reageren. (Deze moet zoveel mogelijk in rust blijven.) Met dit gegeven kun je de verkooppraatjes van dobberfabrikanten dat hun pennen heel stabiel en tegelijkertijd heel gevoelig zijn met een grote korrel zout nemen. Hoe zorg je voor een verhoogde gevoeligheid? Het is goed om de eerder genoemde natuurwetten hierbij in je achterhoofd te houden:

De wet van Archimedes; De antennediameter moet zo dun mogelijk genomen worden. Ook de lengte van het deel van de antenne dat boven water uitsteekt dient zoveel mogelijk beperkt te blijven. Mooist is als de bovenzijde van de antenne nog net ‘plakt’ aan het wateroppervlak. Er is dus een minimale opwaartse kracht aanwezig waardoor de vis minder moeite hoeft te doen om dit stukje van de antenne onder water te trekken.Traagheid van massa; De lijnopzet dien je, naar omstandigheden, zo licht mogelijk te kiezen en de dobber dient gemaakt te zijn van het lichtste materiaal dat je kunt vinden zodat een en ander makkelijk in beweging is te zetten. Hydrodynamica; Het volume van je dobber dient zo beperkt mogelijk te blijven en te bestaan uit een slanke gestroomlijnde dobbervorm die met zo min mogelijk wrijving/turbulentie door het water gaat. Oppervlaktespanning; Door juist de antenne qua diameter zo dun mogelijk te houden en het oppervlak te ontvetten heeft de oppervlaktespanning weinig ‘grip’ zodat je pen makkelijker onder water getrokken kan worden. Samengevat betekent het dus dat de lichtste lijnopzet (= dunne lijn en kleine haak) met het kleinste, lichtste en slankste dobbertje zorgt voor de gevoeligste lijnopzet. (Natuurlijk dienen we hierbij wel rekening te houden met de heersende visomstandigheden.)

Naar Top

Snelheid/traagheid.

Voor een visserij op grote aantallen vissen is het belangrijk om niet teveel tijd te verliezen. De dobber moet na het inleggen dus snel kantelen en z’n positie innemen. Uiteraard zul je het lood meer moeten groeperen zodat het aas sneller zinkt en vlugger de diepte bereikt waar je de vis verwacht. De beperking van de lengte van de boven- en onderantennes zorgt ervoor dat de pen sneller kantelt. Voor de winter havenvisserij op voorn is een kortere compacte pen dus de betere keus.

Overige weetjes!

Een goeie balans van de dobber wordt, qua belang, in de hengelsport nogal eens onderschat. Toch is een goed uitgebalanceerde pen zeer belangrijk. Zo is tijdens het matchvissen de balans van de matchdobber zelfs cruciaal om zuivere en verre worpen te kunnen maken. Deze balans is gekoppeld aan het zwaartepunt in de pen. De plaats van het zwaartepunt kun je eenvoudig bepalen door de bewuste dobber horizontaal op je wijsvinger of op de scherpe kant van een liniaal te leggen en dusdanig heen en weer te schuiven totdat ‘ie in rust blijft balanceren. (Het zwaartepunt bevindt zich dan recht boven het steunpunt.) Hoe lager een zwaartepunt in een dobber is ingebouwd, des te stabieler zal deze vissen en werpen. Bij vaste stok dobbers geldt ook dat de stabiliteit groter wordt naarmate het zwaartepunt lager zit. Bij pennen die we voor stromend water gebruiken is het handig om het zwaartepunt juist boven in de pen te bouwen. Wanneer we namelijk de pen tegenhouden in de stroming zal deze beter op diepte blijven en niet uit het water omhoog komen. Dat is dan ook de reden dat de betere stroompen aan de bovenkant vrij dik en kort is of een ‘bredere schouder’ heeft zoals bij een omgekeerde druppel het geval is. Verder helpt een zo hoog mogelijke bevestiging van het dobberoogje in het drijflichaam bij het goed op diepte blijven van de dobber als deze wordt vertraagd of geheel wordt tegengehouden in de stroming.

 

 

 

Carbon versus staaldraad voor onderantennes.

Een (blijvende) discussie over welk materiaal onderantenne beter is in welke omstandigheden”.

 

Welke verschillen zijn er vistechnisch te merken?

  • Stabiliteit & Gevoeligheid

Een Natuurkundige benadering geeft m.i. een afdoende antwoord op deze kwestie;

Bij een secure uitloding van ons tuigje zorgen we feitelijk voor eenzelfde densiteit (soortelijk gewicht) van dit tuigje als dat van het water waarin we gaan vissen. (Zoetwater = 1000 kg/ m³)

Behalve dat we de densiteit vrijwel gelijk proberen te maken dienen we daarnaast rekening te houden met het volume en de eigen massa van het tuig. Dit betekent dat bij een gelijk draagvermogen (= loodgewicht op de lijn) er ietsje meer volume van het drijflichaam nodig is om het extra gewicht van staaldraad t.o.v. carbon  te compenseren. Het gemiddelde gewichtsverschil tussen onderantennes van carbon en staal is 0,2 gram. Procentueel gezien kan dit verschil dus tot 30% oplopen bij kleine pennen want een pen/drijflichaam  van 0,4 gram draagvermogen met staal als onderantenne , kan 0,6 gram aan loodgewicht dragen met een onderantenne van carbon.

Het volume van de pen kan bij carbon dus kleiner genomen worden want de ‘eigen massa’ van de pen is kleiner. Dit betekent een gevoeligere lijnopzet in termen van een lagere traagheid van massa en hydrodynamiek (= verplaatsing door het water.)

Feit: De stabiliteit neemt toe naarmate de ‘eigen massa’ van de dobber groter wordt.

Voorbeeld;

Neem een drijflichaam van 4 gram en lijm daar (een extreem dikke ) stalen onderantenne in van 3,5 gram. Deze pen heeft netto eenzelfde draagvermogen (= 0,5 gram) als een veel kleinere pen met gebruikelijke dunne stalen of carbon onderantenne. Toch zullen beide zeer verschillend vissen in de praktijk. De ‘zware’ dobber zal veel stabieler staan in de golfslag en boventrek door zijn grotere eigen massa. Hoewel het loodgewicht op de lijn even groot is, zal de vis die dit tuigje onder water trekt meer kracht moeten uitoefenen vanwege de grotere traagheid van massa.

Praktijk;

Lichte dobbers met 0,1 tot 0,5 gram draagvermogen vissen prettiger met een stalen onderantenne. Deze geeft de pen meer eigen massa. Ook kan de diameter van de onderantenne dunner gekozen worden omdat staaldraad strakker (= minder buigzaam) is dan carbon. Door deze twee eigenschappen (meer gewicht en dunnere diameter) snijdt een stalen onderantenne makkelijker door de waterspiegel en heeft deze minder last van de oppervlaktespanning. (Pennen met staal staan vaak direct na het inleggen al schuin rechtop in het water terwijl die met carbon eerst volledig plat liggen en later eventueel ‘geholpen’ moeten worden om in verticale positie te komen.)

Wanneer gevoeligheid de hoofdrol speelt en stabiliteit een lagere prioriteit heeft, kan je beter met carbon uit de voeten. Dit betekent in de praktijk dat een lastige visserij (= moeilijk doorgaande aanbeten) tijdens rustig water een voordeel vormen voor carbon. Ook bij ’t vissen met een lange opslag zorgt carbon voor minder problemen en zal de pen zich niet zo snel verdraaien in de hoofdlijn. Wanneer we echter in golfslag en wind een doodstille aasaanbieding moeten creëren, heeft een stalen onderantenne zeker meerwaarde.      

Naar Top

IMG_5073